Geplaatst op Geef een reactie

Zelfvoorziening in de 3 Gestichten van Veenhuizen

ZELFVOORZIENING NUMMER 1
Generaal van de Bosch wilde met zijn Maatschappij van Weldadigheid 3 gestichten bouwen voor de armste gezinnen. Daar moest in de eerste plaats een grote mate van zelfvoorziening komen. De opgepakte bedelaars en landlopers ook Kolonisten genoemd, moesten hard werken op het land, waardoor ze zouden leren om zichzelf te handhaven in de maatschappij. Ze zouden hier weer opnieuw opgevoed moeten worden en zichzelf leren te bedruipen. De productie werd geleidelijk opgevoerd. Die voorzag na korte tijd in vrijwel alle benodigde levensbehoeften voor de gestichten en de overige inwoners van het dorp.

De kolonisten werden ook betrokken bij het graven van kanalen, de ontginning van de heidevelden en de bouw van de gestichten. Dat gold voor de werknemers van de Maatschappij en de circa 4500 mensen die opgevangen werden in de drie gestichten. Het waren bijna allemaal straatarme gezinnen en eenzame, zielige types, die kip noch kraai hadden. Velen waren verstoten door de familie, verwaarloosd en gekleed in lompen of wat ervan over was.
Dit gold natuurlijk niet voor iedereen, want er zaten ook vaklui tussen die door de slechte economische situatie in Nederland het hoofd niet boven water konden houden en opgenomen werden. Of je nu vrijwillig of onder dwang werd opgenomen: je moest werken voor de kost. Daar gaven de meesten wel gehoor aan, maar er waren ook mannen uit de stad, die bijvoorbeeld door overmatig drankgebruik totaal ongeschikt waren voor het werk.
Daarbij had je natuurlijk ook gedetineerden die liever lui dan moe waren en niet vooruit te branden waren.
Zo was er een die tijden met zijn arm in een mitella liep, waarbij zijn arm constant gezwachteld was. Hij kon zogenaamd niet werken met een arm. Op een goed moment kreeg de bewaking argwaan en stuurde hem door naar het Hospitaal. Daar bleek, dat er totaal niets aan de hand was met zijn arm. Dat werd hem niet in dank afgenomen en hij werd hiervoor door de Raad van Tucht gestraft en verplicht aan het werk gezet.

DE DRIE GESTICHTEN
Onder Van den Bosch werd eerst het Derde Gesticht gebouwd. Wat later kocht hij van de familie Tonkens 3200 hectare voor het Eerste en Tweede Gesticht. Daarin werden toen alleen de mensen ondergebracht, die het het meest nodig hadden, zoals de landlopers, alcoholisten, zwervers zonder woon en verblijfplaats, die niet voor zichzelf konden zorgen.

Elk gesticht moest vijftienhonderd mensen onderbrengen. Mannen, vrouwen en kinderen werden er ondergebracht. De vrouwen werden van de mannen gescheiden, maar het bloed kroop waar het niet gaan kon en het gebeurde regelmatig, dat mannen de vrouwen wisten te vinden en omgekeerd met alle gevolgen van ongewenste zwangerschappen, etc. De Raad van Tucht meldde diverse overtredingen van de voorschriften zoals het over de hekken klimmen van bepaalde personen. Er werd meerdere malen melding gemaakt van een proces verbaal tegen mannen zowel als vrouwen. Zelfs een dienstdoende veldwachter werd door de Raad gevonnist doordat een „vrouwelijke koloniste” van hem zwanger was geraakt.

Seks was niet de enige verleiding in die tijd. De behoefte aan drank was groot, ook al omdat juist door drankverslaving zoveel bedelaars in Veenhuizen terecht kwamen. Sterke drank paste natuurlijk totaal niet in het beeld van heropvoeding van landlopers en bedelaars. Smokkel van drank was dan ook streng verboden. Ook hiertegen werd in die tijd zwaar gezondigd. Er was een levendige handel in sterke drank en openbare dronkenschap was regelmatig aan de orde. De Raad van Discipline of Raad van Tucht trad hier doorgaans streng tegen op met lijfstraffen, celstraf of halve maaltijden.
In het Eerste en Derde Gesticht werden de wezen ondergebracht, in het Tweede Gesticht de bedelaars. Ze sliepen in zalen met stenen vloeren. Er werden ook enkele onderkomens. gebouwd voor arbeiders gezinnen, ambtenaren, magazijnen en schoollokalen.
Van den Bosch bouwde daarna ook enkele kerken en gebedshuizen voor Katholieken (1826), Protestanten (1825) en er werd zelfs een synagoge gebouwd voor de Joden in 1839.
De Generaal zorgde voor de nodige infrastructuur. Hij legde wegen en systematisch een aantal kanalen aan, zodat de producten zoals turf en bouwmaterialen, maar ook manschappen vervoerd konden worden vanaf Assen naar Veenhuizen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *