Geplaatst op Geef een reactie

Tegen het Zere Been

Als gevangenen ziek werden of ze waren gewond, dan was de gevangenisarts altijd snel ter plekke.
Vroeger woonde de arts ook in Veenhuizen. Iedereen kende bijvoorbeeld dokter van de Weg, een beminnelijke man die er ook altijd was voor de ambtenaren en veel voor het dorp gedaan heeft.
Later woonde de huisarts niet meer verplicht in Veenhuizen, maar kreeg een arts uit Norg deze taak.
De afstand van ca. 10 km tot de gevangenis in Veenhuizen was geen bezwaar, want in geval van nood was de arts binnen tien minuten ter plekke.
Koos Huininga, huisarts in Norg was lange tijd de huisarts in de gevangenissen Esserheem, Norgerhaven en Bankenbosch.
Hij keurde ook de gevangenen die dagelijks aan het werk waren op het land, in de fabrieken, in de plantsoenen en in tuinen van de ambtenaren. Het was soms niet eenvoudig om bij gedetineerden de juiste diagnose te stellen.
Sommigen lagen liever in het Hospitaal. De verzorging was er uitstekend en vooral degenen die te lui waren om te werken, verzonnen allerlei kwalen of verwondden zichzelf om een aantal dagen opgenomen te worden. Dan was het vaak niet gemakkelijk om te zien, of de ‘patiënt’ simuleerde of echt iets mankeerde.
Maar Huininga had hier routine in opgedaan.
Zo kreeg Ebel Duursma tijdens zijn dienst als bewaker te maken met een gevangene R.T. die luid gillend naast zijn bed lag. Hij schreeuwde moord en brand: “Ik heb mijn linker onderbeen gebroken. Ben van mijn bed gevallen. Au, au, ik heb vreselijke pijn. Roep alstublieft zo snel mogelijk een dokter.”
Ebel kon uiteraard als leek niet vaststellen wat er aan de hand was, dus het leek hem verstandig om dokter Huininga te bellen:
“Ik heb hier een patiënt die van zijn bed gevallen is en zegt dat zijn linker onderbeen gebroken is. We hebben verband aangelegd.”
“Van zijn bed gevallen en zijn linker onderbeen gebroken? Van een meter hoog? Dat lijkt me stug, maar ik kom er aan.”
Huininga was binnen een kwartier ter plekke.
“Wat is hier aan de hand,” vroeg hij.
“Mijn linker onderbeen gebroken, dokter. Vanmorgen van mijn bed gevallen en verkeerd terecht gekomen. Oh, het is zo pijnlijk!”
Huininga kwam dichterbij en stapte over de patiënt heen. Daarbij tikte hij licht tegen het zere been van de patiënt aan en keek er een moment aandachtig naar.
“Zo, Meneer T., ik zal u vertellen wat er aan de hand is. Niks, helemaal niks, nada nothing. U simuleert, u heeft helemaal geen gebroken onderbeen.”
”Ja maar…u heeft me niet eens onderzocht….”
“Niks te maren, u gaat vandaag nog aan het werk. Ik maak hier een rapport van. En pas op!! Ik kom hier niet weer voor niks.”
Ebel stond perplex: “Hoe weet u nou dat die man niks mankeert?”
Huininga was zeker van zijn diagnose:
“Heb je niet gemerkt, dat ik even tegen zijn onderbeen stootte toen ik over hem heen stapte? Als het echt gebroken was, had hij het uitgegild van de pijn. Heb je hem gehoord? Jullie hebben er luie donders bij. Daar heb ik geen moeite mee. Hij gaat maar aan het werk met zijn luie kont……………..”

Geplaatst op Geef een reactie

Beide boeken nu ook via boekenbestellen.nl

Beste lezers van “Bajesverhalen Veenhuizen” en “De Geheimen van BajesDorp” Veenhuizen 1818-2018:

Het bestellen van mijn boeken kan ook via de uitgever bij Boekenbestellen.nl.

De links naar de verkooppagina’s op www.boekenbestellen.nl zijn:

https://www.boekenbestellen.nl/boek/bajesverhalen-veenhuizen

https://www.boekenbestellen.nl/boek/de-geheimen-van-bajesdorp-veenhuizen-18182018

De directe links voor de winkelwagen zijn:

www.boekenbestellen.nl/shop/winkelwagen/add/1/24939/1

www.boekenbestellen.nl/shop/winkelwagen/add/1/32079/1

 

Vriendelijke groet

Clemens van den Brink, auteur

 

Geplaatst op Geef een reactie

Een Tennisbal en een Makreel

Ebel Duursma is nog lang niet uitgepraat over zijn loopbaan als bewaker in de gevangenis van Veenhuizen. Hij vertelt aan de lopende band de meest wonderlijke verhalen en ik vraag hem:
“Maar Ebel, hoe zit dat nou in de gevangenis. Worden daar veel drugs naar binnen gesmokkeld? En hoe doen ze dat dan?”
“Dat is moeilijk te meten, zegt hij. “Het komt op alle mogelijke manieren de poort binnen. Drank en drugs worden bij voorbeeld ergens op een afgesproken tijdstip in een droge sloot verstopt, om later opgehaald te worden. Natuurlijk is de bewaking daar op gespitst. We proberen van alles om het te voorkomen, maar  ze verzinnen steeds weer wat nieuws.
We hebben de beste apparatuur om ze op te sporen, maar toch komen er geregeld drugs de poort binnen. Het gebeurt vooral veel tijdens de bezoekuren en dan wel zo geraffineerd, dat wij vaak te laat zijn om te ontdekken hoe ze dat flikken.
Dat gebeurt soms zo maar op de binnenplaats.
Buiten het hek liep een man die met zijn hond en een tennisbal aan het spelen was. De hond ging geregeld achter de bal aan en de man sloeg achteloos een tennisbal over de muur…….
Dat was afgesproken werk natuurlijk, want die bal zat vol met drugs en werd ter plekke op dat moment door een gedetineerde opgeraapt. Dat gebeurde dan meestal zonder dat de bewaking eraan te pas kwam.
Ze verstoppen de alcohol en pakken de drugs overal in.
Je gelooft het niet: ik fouilleerde een keer een gevangene, die een gerookte makreel had gekregen van zijn vrouw. Niks mis mee, zou je zeggen.
Voor nader onderzoek legde ik de (in plastic gesealde) vis even naast me neer op de bank.
Ik zag er in eerste instantie geen kwaad in. Het leek een mooi vet exemplaar te zijn. Zo’n extraatje krijgen ze hier in de bajes niet elke dag te eten en dat gun ik ze best.
Toch vertrouwde ik het niet en ik drukte terloops even op het plastic. Dat voelde aan alsof er iets hards in zat en…
Ja hoor, na inspectie zat onder het vel van de makreel een pakketje hasj. Dat werd natuurlijk in beslag genomen en vernietigd.
Wat wij niet zien, gaat gewoon mee naar binnen.
Gelukkig hebben we goede zintuigen voor smokkelwaar, maar toch: Het blijft dweilen met de kraan open!”