Geplaatst op Geef een reactie

Veenhuizen in de Media

Hierbij een artikel over Veenhuizen, dat in diverse dag-weekbladen verscheen:
zoals in het Roder Journaal 26 april 2020 om 14:30 uur (Foto: Clemens van den Brink voor zijn geboorteplek: Nu Hoek Gevangenismuseum, toen bewakerswoning zonder tralies)

Kleurrijke avonturen in het BajesDorp

VEENHUIZEN Zeven jaar geleden besloot Clemens van den Brink om na zijn werkzame leven als directeur van Bional Pharma een boek te schrijven over het leven en werken in en om de gevangenissen van Veenhuizen. Niet zo vreemd, want hij is in 1940 geboren in het oude Tweede Gesticht, nu deel van het Gevangenismuseum.
Zijn vader was er bewaker van 1938 tot september 1946, waarna het gezin vertrok naar de boerderij van de familie even buiten Veenhuizen op circa 3 kilometer van zijn geboorteplaats. Mede daarom maakte hij veel mee van wat er gebeurde in en om ‘BajesDorp’ zoals hij Veenhuizen noemt.
In 2015 kwam zijn eerste boek ‘Bajesverhalen Veenhuizen’ (264 blz.) uit, dat nu toe is aan een vijfde druk. In 2017 kwam ‘De Geheimen van BajesDorp’ Veenhuizen 1818-2018 (345 blz.) een reis door de tijd. Beide boeken zijn voornamelijk gebaseerd op de verhalen van ex-bewakers, ex-gevangenen en zijn eigen ervaringen. Nu komt zijn derde en laatste boek uit in deze serie: ‘Veenhuizen van onder de pet’.
Veenhuizen was tot ongeveer 1985 afgesloten van de buitenwereld. Je kwam er niet in als je daar niets te zoeken had. Wie er zat en wat er gebeurde in de jaren ’60 en daarna bleef net als veel waargebeurde verhalen uit die tijd onder de pet van de bewakers vanwege hun geheimhoudingsplicht.
In ‘Veenhuizen van onder de pet’ wisselen spanning, historie en humor elkaar af. Daarbij raakt de lezer betrokken bij het leven in de gevangenis en de bijzondere gebeurtenissen in en om de gevangenissen van dit mysterieuze dorp… Kortgestrafte gedetineerden en zware criminelen van allerlei nationaliteiten zaten in een relatief kleine ruimte onder één dak hun straf uit.
Dat gaf regelmatig aanleiding tot onbegrip, spanning, onrust, vluchtpogingen, opstanden en vechtpartijen. Zeventien ex-bewakers en een ex-gedetineerde geven in ‘Veenhuizen van onder de pet’ hun bijzondere belevenissen weer. Zoals over die Chinese gevangene Wang: hoe kwam hij aan een levende eend in zijn cel? Wat deden Cor van H., Joop V., Karate Bob en Pistolen Paultje daar? En onvoorstelbaar: wie was die internationaal beruchte oplichter J.v.L.-G.? Hoe wist hij door te dringen tot – en het vertrouwen te winnen van- grote wereldmachthebbers?
Dat en meer is te vinden in ‘Veenhuizen van onder de Pet.’

Geplaatst op Geef een reactie

Snee in Pols, Prutswerk!

Het was in de jaren ’60-‘70. De gevangenis Esserheem in Veenhuizen was in die tijd nou niet bepaald een eerste klas hotel. De gevangenen sliepen nog in enge stalen kooien, waar ze zich nauwelijks in konden verroeren met ca. 50 mannen op een zaal.
Daarbij moesten de meesten dagelijks zwaar werken op het land, in de fabrieken of in de tuinen van de ambtenaren. Het was ook niet zo vreemd dat sommige gedetineerden liever “ziek thuis” bleven dan aan het werk te gaan.
Geregeld meldde zich iemand ziek, maar of iemand echt ziek was of simuleerde, was door de bewakers vaak moeilijk te beoordelen….

Paniekaanval

Bewaker Dirk, een rasechte Groninger, zag op een ochtend gedetineerde B.L. met een snee in zijn pols. Daar kwam nogal veel bloed uit en de man was duidelijk aangeslagen. Dirk moest hem wel serieus nemen en vroeg:
“Wat heb je daar nou kerel, wat zie je bleek!”
“Ja, ja, stamelde L. bibberend als een riet. “Ik kreeg een paniekaanval. Ik voel me niet goed en het hoeft allemaal niet meer voor mij.”
“Nou, dat vertrouw ik niet” dacht Dirk: “Het zal niet de eerste keer zijn dat een gedetineerde er een eind aan wil maken, dus daar moet meteen een arts bij komen.”
Dus Dirk belde in allerijl de dienstdoende huisarts in Norg, die midden in zijn spreekuur onaangenaam werd gestoord.
“Dokter, ik heb een spoedgeval; hier is een gevangene, die zijn pols heeft doorgesneden. Hij is bij bewustzijn en zit onder het bloed. Kunt u met spoed komen?”
De dokter was naast huisarts in Norg tevens gevangenisarts in Veenhuizen en had al vaker met dit soort patiënten te maken gehad.
Hij liet zijn afspraken in Norg voor wat ze waren en repte zich naar de gevangenis Esserheem. Binnen de tien minuten had hij de 10 km. afgelegd en meldde zich bij de portier, die hem naar Dirk verwees.

Drukverband

Daar zag hij de patiënt, die nog steeds bloedde. Hij bekeek de wond aan de pols van L. en zei laconiek tegen hem:
“Wat zie ik daar? Prutswerk! Dat lukt je van geen kanten zo. Dat had je anders moeten doen!”
“Hoezo anders,” zei Dirk bezorgd. “Die man wordt helemaal bleek, ja!”
“Geen paniek,“ zei de arts. Hij pakte de arm van L. beet en veegde met zijn vinger in de lengterichting over de binnenkant van zijn onderarm en zei demonstratief tegen L.:
“Als je nou echt zelfmoord wil plegen, dan snijd je zo in de lengterichting en niet overdwars. Dan hoef ik tenminste niet voor niks te komen, zoals nu.”
En tegen Dirk : “Doe er maar een drukverband om en morgen weer aan het werk met die gast. Ik neem dit soort signalen altijd serieus, maar houd deze man in de gaten, hij simuleert.”

Naar Rode Pannen

De dokter draaide zich om en vertrok onverrichter zake weer naar Norg voor het vervolg van zijn spreekuur.
Zulke gevallen bleven in Veenhuizen niet ongestraft. L. werd direct daarna naar de Rode Pannen gedirigeerd, waar hij in een isoleercel enkele dagen tot zichzelf mochten komen…
Hij had het zich zo anders voorgesteld. Eenmaal in zijn cel mijmerde hij : “Daar zit ik nou. In plaats van lekker verwend te worden in het Hospitaal, moet ik nu dagenlang afzien in deze kale cel.”
“Dat was nog niet alles,” zei Dirk achteraf: “Na de Rode Pannen moest L. nog aan het werk ook met zijn luie kont. Hij was trouwens voorgoed genezen, want hij heeft het nooit weer geflikt.”

All-inclusive Hotel

Het gebeurde regelmatig dat gevangenen zichzelf ernstig verwondden, zodat ze tijdelijk opgenomen moesten worden in het Hospitaal daar.
Voor sommige gevangenen was het gewoon een sport. En waarom?
De verzorging van patiënten in het Hospitaal was veel beter dan in de gevangenis en wat voor sommigen nog belangrijker was: je hoefde niet te werken! 
Maar voor dit soort patiënten was dit “All-inclusive Hotel” natuurlijk niet bedoeld….

Geplaatst op Geef een reactie

Verstopt bij Bewaker en….Ontsnapt!

Hoe eenvoudig het soms was om uit Veenhuizen te ontsnappen, getuigt het verhaal van gevangene R. die zijn straf uitzat in het Tweede Gesticht (nu Esserheem).
Hij had een relatie met de dochter van een bewaker (werkmeester). Haar ouders woonden recht tegenover de gevangenis. Zij woonde buiten Veenhuizen en paste wel eens op het ouderlijk huis als haar ouders een paar dagen weg waren.
R. deed af en toe werkzaamheden in hun tuin en de vlam sloeg over, toen hij van de dochter een paar keer koffie kreeg aangeboden in het schuurtje. Zij werd smoorverliefd op de tuinman. Dat was streng verboden maar het bloed kroop waar het niet gaan kon. Ze hielden hun relatie uiteraard geheim en niemand had het door (?), dat R. af en toe bij haar binnen kwam, als haar ouders niet thuis waren.
Veel momenten om samen te zijn waren er niet voor die twee, want het leven van een gevangene was van het begin tot het eind geprogrammeerd.
Op een dag in oktober was de bewaker weer een paar dagen met zijn vrouw naar familie en de dochter paste zo lang op het huis.
Dit was natuurlijk een buitenkansje. Zoals gezegd, het huis van de bewaker lag recht tegenover het Tweede Gesticht op nog geen 80 meter afstand. Tegen de avond meldden de bewakers dat ze R. kwijt waren. De wachtposten werden uitgezet, de omgeving werd uitgekamd door de gestichtswacht, maar er was geen spoor van de vluchteling te vinden, ook niet in de tweede ring om Veenhuizen.
De zoekactie werd na een aantal uren gestaakt, terwijl de bewaking zich afvroeg, hoe het mogelijk was dat de tuinman aan hun aandacht ontsnapt was.
Hij was dichter bij dan men dacht…
Tegen het eind van de werkdag was hij nl. bij zijn geliefde in het huis van haar ouders ondergedoken, totdat de kust veilig was en niemand meer naar hem op zoek was.
De dag erop hadden de Gestichtswachters het zoeken naar hem opgegeven.
Toen het avond werd en het redelijk donker was, kwam R. samen met de dochter van de bewaker uit zijn schuilplaats. Hij had wat oude kleding aan van haar vader en met een lange zwarte dienstjas aan en een zwarte dienstpet op, leek hij precies op een bewaker in functie. Niemand lette op het stel.
Samen liepen ze naar de bushalte, waar zij hem op de bus zette naar Assen.
Nog had niemand iets door, niemand verwachtte hem daar.
R. was verdwenen in het niets….
Maar…. na een paar dagen kwam de geruchtenmachine op gang, want een enkeling vermoedde iets. Langzamerhand werd er verband gelegd tussen de vlucht en de relatie.
Iemand had de dochter van de bewaker bij de bushalte gezien met een voor haar onbekende bewaker, maar zij had toen nog niet door wat er aan de hand was.
Met dit gegeven kon men daarna gemakkelijk reconstrueren hoe alles verlopen was, maar het was te laat. De vogel was gevlogen en kwam niet terug, evenals de lange dienstjas. Veenhuizen kon naar hem fluiten, evenals de dochter van de bewaker…..