Geplaatst op Geef een reactie

Benjamin en het On Heil

Het was in de dertiger jaren, dat Benjamin Schwartsenberg elke week zijn waren kwam aanprijzen in de gevangenis van Veenhuizen. Hij was van Joodse afkomst. Als koopman in textiel bezocht hij het gevangenisdorp regelmatig op de fiets vanuit Assen. Aan zijn fiets hingen tassen en zakken vol met kleding voor gevangenen en ambtenaren. Hij runde met zijn vrouw Jetta ook een winkeltje in Assen.

Veenhuizen was zelfvoorzienend dus daar waren geen winkels. Andere ondernemers kregen zelden een vergunning om hun waren aan te bieden. Benjamin was de enige die het recht kreeg om te venten en iedere woensdag stalde hij zijn kleding uit in afdeling A, die voor hem was ingericht. Onderkleding, kostuums, sokken, truien, bretels, zakdoeken etc. hij kon iedere man kleden van top tot teen. Om 12.45 uur kwamen de eerste klanten. Dat waren meestal verpleegden met een koopbriefje. Dat briefje kregen ze als ze op het punt stonden ontslagen te worden. Ze moesten weer de maatschappij in en proberen op eigen benen te staan. Dan gingen ze netjes gekleed de poort uit, want dat bood misschien kans op werk. De vodden waarmee ze als armoedzaaier in Veenhuizen waren aangekomen, kon je echt afschrijven. Die waren niet de moeite waard om nog weer te gedragen te worden. Ze werden wel opgeslagen, maar tegen de tijd dat ze ontslag kregen uit de gevangenis, hadden de gedetineerden zoveel verdiend, dat ze wel wat nette kleren konden kopen.

Benjamin had goede klanten aan de gevangenen die naar „huis” mochten. Voor de meesten was er geen thuis, want hun familie zat niet op die armoedzaaiers en dronkelappen te wachten. Maar toch, ze gingen keurig gekleed de poort uit.

De stalknechten, die als melker naar Duitsland wilden gaan, namen meestal een manchester pak, een roodbaaien hemd, een onderbroek, sokken, een rugzak, zware degelijke schoenen, etc.

Een koop werd altijd met veel handjeklap en hilariteit gesloten. Ben had ook altijd een grote verzameling gedragen kleding, die hij te koop aanbood. Hij kende iedere verpleegde. Sommigen wilden een nieuw pak om indruk te maken bij een werkgever, maar de meesten verkozen een tweedehands outfit, omdat ze toch van plan waren terug te keren naar Veenhuizen.

Toen de oorlog uitbrak zag je Benjamin steeds minder vaak. Hij voelde wat er ging gebeuren. Het Hitler regime kwam naderbij. De Joden waren niet meer welkom. Ze werden gemeden, gehaat. Benjamin werd stil, bedroefd en kwam minder vaak in Veenhuizen. Hij trok zich terug, voelde dat zijn tijd gekomen was. De zaal werd niet meer voor hem ingericht op woensdag en de gevangenen die met ontslag gingen, konden geen kleding meer kopen. Het lot van de Duitse Joden trof ook hem. Hij zag het „On Heil” van Hitler aankomen. Hij hield de eer aan zichzelf en ligt begraven op de Joodse begraafplaats in Assen. Er kwam nooit meer een zwaar beladen fiets met kleding voor de gedetineerden vanuit Assen….

 

 

Geplaatst op Geef een reactie

‘Fransje’ zingt voor Pastoor Moes

Tussen de gevangenissen van Groningen, Leeuwarden, Hoogeveen en Assen werd veel heen en weer gereden door de chauffeurs van Veenhuizen. Dat was i.v.m. overplaatsingen, maar ze reden ook voor bezoek aan de rechtbank, het ziekenhuis, de gemeente, etc. Ook moesten de chauffeurs regelmatig gevangenen vervoeren voor een kort bezoek aan hun familie ergens in Nederland.

Zo moest brigadier (tevens chauffeur) Geert N. op een dag met een gevangene naar Fijnaert, de woonplaats van de gevangene. Die woonde in het woonwagenkamp daar. Pastoor Moes uit Veenhuizen wilde wel mee als geestelijk begeleider van de man en het drietal ging op weg. De rit verliep probleemloos.

Fijnaert op het kamp aangekomen zei de gevangene: „Meneer Pastoor, u moet eigenlijk even mee naar mijn familie in die witte woonwagen daar…

Lees dit verhaal en bijna 100 andere in het boek Bajesverhalen Veenhuizen!

Geplaatst op Geef een reactie

Beste Lezers

Mijn boek met Bajes Verhalen telt nu 300 pagina’s! En nog steeds krijg ik nieuwe verhalen van vroegere ambtenaren en gevangenen. Ik merk dat het begint te kriebelen: het wordt tijd om mijn boek af te maken. Daarom verschijnen de verhalen op de website nu voorlopig 1x per 14 dagen.

Heb jij nog een anekdote over iemand die in Veenhuizen gewerkt of gezeten heeft, stuur het mij dan. Misschien kan ik ‘m nog meenemen in het boek.

Vriendelijke Bajes Groet, Clemens.