Geplaatst op Geef een reactie

Hollands Siberië 1950-1970

In de vijftiger jaren van de vorige eeuw waren de gevangenissen in Veenhuizen sterk verouderd vergeleken bij andere in Nederland. De gebouwen waren nodig aan een opknapbeurt toe.
Het leven in de gevangenis was, vergeleken bij nu, erg sober en keihard.
In de winter waren vooral de nachten erg koud. Zonder verwarming sliepen de gevangenen met 80 man op een zaal in een onmenselijk kleine stalen kooi (ca. halve meter breed) waarin een hangmat hing.
Ze werden door de gevangenen ook wel ‘hondenhokken’ genoemd.

De open gevlochten stalen kooien werden door de gedetineerden zelf in de smederij gemaakt.
“Je kan je kont er niet in keren,” zei mijn vader eens, nadat hij daar 8 jaar bewaker was geweest.
In de kooi was buiten de hangmat geen toilet. Een ieder kreeg ’s avonds een grote pot (nachtspiegel) mee, die hij zelf de volgende ochtend moest legen en schoonmaken nadat hij ontsloten was door een bewaker. De spotprent hiernaast is gemaakt door een van de bewakers toentertijd ca. 1950 en geeft een beetje de sfeer aan, waarin e.e.a. gebeurde.
Het was er koud en vooral in de winter.
In de werkplaatsen stond een rokende houtkachel, maar die gaf lang niet genoeg warmte om het hele vertrek te verwarmen.
Veel negatief ingestelde gevangenen klaagden dan ook over de slechte leefomstandigheden en er kwamen regelmatig opstanden voor, die soms dusdanig uit de hand liepen, dat de Gestichtswacht moest ingrijpen…… (Wordt vervolgd)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *