Geplaatst op 1 reactie

De Medische Dienst van BajesDorp Veenhuizen (1960-1970) Deel 5

Drankje voor de nacht

We hadden een paar wilde hanen op het terrein van de gevangenis. Je zou zeggen: “Wilde hanen, bestaan die dan? Leefden ze gewoon in de natuur net als hazen en konijnen?”
Enorme beesten waren dat. Zo zag je ze normaal niet in een kippenhok. Die liepen daar maar dag en nacht wat rondom de gevangenis en hadden volgens mij geen eigenaar. Elke morgen kregen ze van ons een stuk brood. Dan werden ze helemaal gek! Ze vlogen dan bij ons hoog tegen de kozijnen en ramen op. Het was een angstig gezicht, hoe agressief ze tegen de ruiten pikten om onze aandacht te trekken. Die lustten wel wat!
We wisten bij de medische dienst wat het effect van Melisana op agressieve gevangenen was (als kalmering voor de nacht. Geen wonder met 90% alcohol) en wilden dat wel eens op die hanen uitproberen. We dachten dat die ook wel wat rustiger zouden worden….We deden 20 cc Melisana op een stuk brood. Dat slokten ze in no-time naar binnen. Je had het moeten zien. Ze vochten elkaar de tent uit en even later sprongen ze weer tegen de ramen op. Met dit verschil, dat ze de vensterbank niet haalden. Ze sprongen mis. Elke keer donderden ze er weer van af en na een half uur lagen ze plat en vredig in het gras hun roes uit te slapen.
Eigenlijk was het onverantwoord wat we deden, maar ach, het was een geintje en de hanen sprongen de volgende dag weer vrolijk op de kozijnen in plaats van ernaast.

Tijgers in het kamp…..?

Met de jaren kwamen er ook steeds meer drugs de gevangenis binnen. Vraag me niet hoe, maar het probleem werd steeds groter. We hadden het best moeilijk met de drugsverslaafden.
Wij probeerden ze af te laten kicken. Daarvoor hadden we o.a. methadon, dat ook gebruikt werd bij alcoholverslaafden. Die gevangenen konden agressief worden en daarbij  gebruikten we ook wel zwaar kalmerende middelen, zoals Haldol als het nodig was. Later werden daar de psycholoog en de psychiater bij ingeschakeld en werd o.a. gesprekstherapie toegepast.
Ter illustratie even een waargebeurd voorval ertussendoor: de tandarts had op een bepaald moment een wanhopig depressieve gevangene van D. (van Bankenbosch) in zijn stoel. Hij had al een aantal zelfmoordpogingen gedaan, maar kwam daar voor het trekken van een kies. Hij had de mouw van zijn arm opgetrokken en daar zag de tandarts een paar lelijke lange lidtekens over de onderkant van zijn arm.
Hij dacht een opbeurende opmerking te plaatsen en zei: “Wat nou, meneer van D., tijgers in het kamp?”
Van D. kon de grap wel waarderen, maar dat veranderde natuurlijk niets aan zijn ziektebeeld.
Wij behandelden zo’n patiënt altijd mensgericht en eventueel met medicijnen. Zo ook met van D. De man kreeg aandacht van ons, zijn stemming verbeterde en werd beter handelbaar voor de bewaking.

Menswaardiger aanpak

We benaderden zo iemand vaak met: “We kunnen je hier niet weghalen, maar als je met ons samenwerkt dan kunnen we veel voor je doen en kom je goed door je straftijd heen.”
Men kwam bij Justitie tot het besef, dat met zo’n menswaardige aanpak betere resultaten in de gevangenis werden bereikt met minder onrust en andere problemen.
Als er dan toch iemand door het lint ging en agressief werd, kwam onze hulp goed van pas.
‘Bejegenen’ werd een gevleugeld woord en onze medische dienst werd uitgebreid met een psycholoog en een psychiater. Het motiveren, stimuleren van gevangenen werd toen de nieuwe aanpak, waarbij de meeste gevangenen beter in hun vel zaten
Mede hierdoor werden de gevangenen beter voorbereid om na het uitzitten van hun straf het normale leven weer op te pakken. Het werd er ook een stuk rustiger van op de afdelingen binnen de gevangenis……..

Tot zover voorlopig de verhalen over de medische dienst uit de jaren ’70-’80-’90 vanuit de gevangenis van Veenhuizen. Hopelijk gaf het je een indruk van wat wij daar als hulpverleners meemaakten, de problemen waarmee we te maken kregen en hoe wij hiermee omgingen.
Het was een mooie tijd. We hebben veel leed gezien, maar samen ook veel gelachen………..

Geplaatst op Geef een reactie

Het Verkeerde Kamertje

(Naar een verhaal van ex-GeWa E. Duursma)

“We kregen in de jaren ’60-’70 steeds meer te maken met buitenlandse gedetineerden in Veenhuizen en daarmee beleefden we de gekste dingen. Wij hadden geen opleiding in vreemde talen dus moesten we veel met handen en voeten werken om elkaar te begrijpen.
Een van die buitenlandse gasten vergeet ik nooit weer. Dat was Günther, een Duitser.
Günther was een keer donders kwaad op me. Hij mocht vanwege goed gedrag aan het eind van zijn straftijd bezoek hebben zonder toezicht.
Op een dag was het zover. Het was bezoekuur en ik had net de dienst overgenomen.
De bezoekruimte was goed gevuld met familieleden en bekenden van de gedetineerden, wachtend op een persoonlijk gesprek onder toezicht.
Tevoren was iedereen, dus ook het bezoek, grondig gefouilleerd op het bezit van verboden middelen.
Voor sommige gevangenen (die het door hun gedrag verdiend hadden) was er een kamertje gereserveerd, waar ze een bepaalde tijd met hun vrouw of ‘vriendin’ samen konden zijn om de ‘familiebanden weer te verstevigen’, zo heette dat.
Wat ze daar ook uitspookten, zou ons een worst zijn.
Günther verwachtte bezoek van zijn vriendin en toen hij aan de beurt was, zei ik: “Günther, kamertje 2!”
Dus Günther ging kamertje 2 binnen….

Het duurde nog geen tien seconden of… Het leek wel of de boel daar werd afgebroken.
Mijn Duits was niet zo goed, maar er werd gevloekt en gescholden!!
De Duitse schuttingtaal was niet van de lucht en binnen een minuut kwam Günther met een knalrode kop vloekend en tierend kamertje 2 uit!
“Dit pik ik niet, GVD! Wie heeft me dat geflikt! Jij Duursma hebt me een loer gedraaid. Dit pik ik niet, GVD. Denk erom, ik pak je een keer terug!!” brieste hij en kwam als een stormram op mij af. Ik wist hem wat te kalmeren, maar wat bleek nou?
Het was mijn fout, ik had me vergist. Hij had kamertje 3 moeten hebben. Maar het was al te laat en dat merkte ik pas achteraf.
In kamertje 2 zat namelijk een welgevulde Surinaamse ‘dame’ van zo’n 150 kilo poedelnaakt op het bed…..en daar had Günther geen boodschap aan. Die zat in ieder geval niet op Günther te wachten en omgekeerd: Günther niet op haar.
Wat was hij kwaad! Hij kon me wel opvreten!
“Dat doe je expres!” zei hij, maar wat ik ook probeerde om hem aan het verstand te brengen dat het geen opzet van me was, hij kon het niet waarderen.
Hij kwam er steeds op terug als hij me zag. Zelfs op de dag van zijn vrijlating zei hij nog: “Ik vergeef het je nooit..….!!!!!”

Geplaatst op Geef een reactie

Drugsbaron ontsnapt na ‘Hartinfarct’ en…. (Deel 2)

Inmiddels leek het wat beter te gaan met O. De bewakers konden naar huis, want de patiënt was in goede handen. Zijn ademhaling was weer rustig, de kleur op zijn gezicht kwam terug en zijn pols werd weer redelijk normaal. Kortom de symptomen waren wat afgezwakt en O. ging met een gerust hart de nacht in, evenals de artsen en de verpleging….
Ze hadden er alle vertrouwen in dat de patiënt de grootste problemen achter de rug had.
’s Morgens vroeg kwam een verpleegster als eerste even kijken hoe het met O. gesteld was, want ze zou hem voor nader onderzoek meenemen naar de onderzoekkamer, maar…
het bed van O. was leeg! Ze sloeg onmiddellijk alarm. O. was in geen velden of wegen te zien. Niemand van de afdeling had iets gemerkt. Zou hij alleen gevlucht zijn of hadden zijn relaties een bevrijdingsactie ondernomen? Er werd een landelijk opsporingsbevel uitgevaardigd, maar zelfs op de luchthavens werd geen spoor van O. gevonden. De vogel was gevlogen, hij was niet meer te achterhalen en was als van de aardbodem verdwenen.. Natuurlijk werd onmiddellijk de gevangenis in Veenhuizen gebeld, maar ook de bewakers, die na een half uur ter plekke verschenen konden niets anders doen dan vaststellen dat O. niet meer te achterhalen was.
Men boog zich vooral over de vraag waar het mis gegaan was en of dit te voorkomen zou zijn geweest. Want, hoe kon een goed bewaakte doodzieke patiënt op deze manier ontvluchten? Hij was immers op sterven na dood en de verpleging controleerde toch dag en nacht? Wat was hier aan de hand? Wie had O. van zijn bed gelicht en hoe was hij het ziekenhuis ontvlucht? Uit zichzelf zou hij daar niet toe in staat zijn geweest. Dus drong de vraag op: Was hier wel sprake van een hartinfarct? De artsen en de verpleegkundigen, niet gewend om dit soort patiënten te bewaken, stonden voor een raadsel en kwamen er niet uit…..

Weken gingen voorbij en natuurlijk werd in Veenhuizen nog veel en lang nagepraat over deze ontsnapping. Tot men er achter kwam dat O. die bewuste nacht van zijn ziekenhuisopname een middel had ingenomen dat symptomen kan opwekken, die aan een hartinfarct doen denken. Maar, hoe was dit mogelijk? Hoe kwam hij aan dit middel? Dat moest hem tijdens het bezoekuur door zijn vrouw of een handlanger toegestopt zijn. Hij had n.l. kort voor zijn “hartaanval” in de gevangenis nog nog bezoek gehad….
Alle onderzoek ten spijt, O. was iedereen te slim afgeweest.
Ongeveer een maand later kwam er een mooie ansichtkaart bij de gevangenis Norgerhaven aan. Daarop stond een foto van O., die lekker onbekommerd onder een palmboom lag te genieten van een lekker glas wijn met als opschrift: “Hartelijk dank voor uw goede zorgen….een vriendelijke groet uit het zonnige Colombia.”
In Veenhuizen werden de maatregelen voor criminele ziekenhuispatiënten en transporten onmiddellijk aangescherpt, want als het kalf verdronken is…..