Geplaatst op Geef een reactie

De Medische Dienst van BajesDorp (1960-1990) Deel 3

De Medische Dienst van BajesDorp Veenhuizen (1960-1970)
Deel 3

Strenge Patiëntenselectie

We hadden een directeur, Nanninga heette hij. Die heb ik nog even meegemaakt. Hij was vaak lang van stof tijdens vergaderingen, maar als het op het beoordelen van rapporten van bewakers aankwam, was het een snelle beslisser. Hij wist wel raad met de afhandeling van de vele klachten die er binnenkwamen van en over gedetineerden. Zo behandelde hij op een ochtend een rapport over een gedetineerde die een bewaker had uitgescholden: “Gedetineerde Visser luister, ik lees hier in een rapport, dat u bewaarder Jansen uitgescholden hebt voor klootzak. Klopt dat?”
“Nou, dat wil ik wel even toelicht….”
“Nee, klopt dat?”
“Eh… Ja, maar…”
“Zeven dagen strafcel. Onherroepelijk! Eruit, weg wezen jij!!”

Simulanten

Alle gevangenen moesten wat doen voor de kost en een groot aantal had zware arbeid op het land. Als ze zich ziek konden melden kregen ze vaak wat licht werk binnen de muren of bleven een paar dagen in bed. Van buiten af was het vaak moeilijk om de simulanten eruit te vissen voor het spreekuur.
We hadden in ons team een hoofdverpleger Kees van de Gruiter die streng was in het voorselecteren van patiënten. Hij dacht aan de gezichten van de mannen te kunnen zien wie er simuleerde en stuurde ze vaak zonder te vragen wat hen mankeerde, de wachtkamer uit met de mededeling: “Opdonderen jullie, aan het werk met je luie kont.”
Ja, en daar zaten ook wel eens patiënten tussen die echt wat mankeerden. Dus dat gaf af en toe grote problemen.
De meesten liepen al mokkend kwaad weg, maar sommigen werden na een aantal keren zo kwaad, dat zij de bajes wilden ontvluchten. Die werden zo wanhopig, dat ze er alles voor over hadden om uit Veenhuizen weg te komen.

Drol op tafel

In die tijd werden de meesten ook wel weer teruggehaald door de Gestichtswacht, hoewel het een enkeling lukte om langere tijd of zelfs voorgoed weg te blijven uit Veenhuizen.
Zo was er één die letterlijk “een stronthekel” had aan de hoofdverpleger.
Hij was al diverse keren weggestuurd van het spreekuur, terwijl hij serieuze klachten had. Dat maakte hem zelfs zo kwaad, dat hij uiteindelijk een plan opzette voor zijn vlucht uit de gevangenis.
Zijn wrok tegen de hoofdverpleger was zelfs zo groot, dat hij vlak voor hij verdween, op de tafel voor het paviljoen een fikse drol achterliet met een briefje op een stokje erin gestoken: “En de groeten aan Kees van de Gruiter!!!”

(Wordt vervolgd)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *