Geplaatst op Geef een reactie

Hollands Siberië deel 2

Slaapkooien Gevangenisveenhuizen.nl

Menswaardiger aanpak

Daar moest iets aan gedaan worden, vond ook de directie.
De positief ingestelde gedetineerden werden gescheiden van de negatieve en ondergebracht in verschillende zalen.
Maar….dit werkte voor geen meter. De negatieve groep werd alleen maar gewelddadiger.
Dus besloot men tot een gemengde groepsindeling.
Een controlegroep bestaande uit een directielid, een sociaal ambtenaar, een personeelslid en een huismeester, maakte een keus, wie het best in welke groep thuishoorde.
Maar er kwamen in de jaren erna steeds minder bedelaars en steeds meer psychisch gestoorde agressieve gedetineerden naar Veenhuizen, waardoor de onrust alleen maar toenam.

‘Hondenhokken’ 3x zo groot

De directie wilde een menswaardiger aanpak van de gevangenen. Ze moesten zich ‘beter thuis’ gaan voelen en men besloot om de levensomstandigheden te verbeteren.
De houtkachels werden voortaan op cokes gestookt (later op olie), waardoor de lucht in de vertrekken schoner werd. De stalen slaapkooien (‘hondenhokken’) werden 3x zo groot door ze aan elkaar te lassen.
Er kwam een beklagcommissie, waarbij klachten van gedetineerden gegrond konden worden verklaard en waardoor soms onpopulaire maatregelen werden teruggedraaid.
Het eten in de gevangenis was goed, maar de een kreeg meer dan de ander, omdat er onderscheid was in 3 groepen van zwaar werk, middelzwaar- en licht werk.
De gevangenen die het zwaarste werk deden, kregen meer dan degenen met licht werk en dat gaf veel jaloezie onderling.
Iedereen kreeg in het vervolg evenveel op zijn bord en weer was er een probleem opgelost.
Een andere maatregel betrof de censuur, de controle op alle inkomende en uitgaande post.
Voor veel gedetineerden was het een doorn in het oog en iedereen was blij toen dit werd opgeheven.

Van koude kermis thuis

Veenhuizen werd in die tijd ook wel “Hollands Siberië” genoemd, want volgens velen was het er altijd koud en het dorp lag in een uithoek van de wereld.
De gedetineerden mochten tot ca. 1970 geen bezoek ontvangen, maar ook dit werd in 1972 beperkt toegestaan. Er kwam een strikt gereguleerde bezoekregeling voor de weekenden, maar dat ging aan de bezoekerskant nog wel eens mis.
Men had natuurlijk nog geen navigatie in die tijd en het was nogal een uitzoekerij om bij de gevangenen op bezoek te komen.
Stel je voor: Bezoekers vanuit het zuiden van het land vertrokken ’s ochtends vroeg om hun dierbaar familielid op een mooie zaterdag te bezoeken in de “Strafgestichten van Norg”, zoals de gestichten destijds heetten.
Ze kwamen om een uur of elf met de trein in Assen op het station aan en namen vervolgens de bus naar Norg. Daar kwamen ze ca. twaalf uur aan en tot de ontdekking, dat de “Strafgestichten van Norg” niet in Norg maar in de gemeente Norg lagen. De gevangenis Esserheem Veenhuizen was nog zo’n 12 km verder.
Daarna was het onmogelijk om nog op tijd te komen voor het bezoekkuur, want er reden niet veel bussen van Norg naar Veenhuizen.
De bezoekers besloten onverrichter zake met de eerstvolgende bus weer naar Assen te gaan en de trein naar huis te nemen. 

Ze kwamen “van een koude kermis thuis” uit “Hollands Siberië”, zoals
Veenhuizen niet voor niks genoemd werd in die tijd………………….

Geplaatst op Geef een reactie

Hollands Siberië 1950-1970

In de vijftiger jaren van de vorige eeuw waren de gevangenissen in Veenhuizen sterk verouderd vergeleken bij andere in Nederland. De gebouwen waren nodig aan een opknapbeurt toe.
Het leven in de gevangenis was, vergeleken bij nu, erg sober en keihard.
In de winter waren vooral de nachten erg koud. Zonder verwarming sliepen de gevangenen met 80 man op een zaal in een onmenselijk kleine stalen kooi (ca. halve meter breed) waarin een hangmat hing.
Ze werden door de gevangenen ook wel ‘hondenhokken’ genoemd.

De open gevlochten stalen kooien werden door de gedetineerden zelf in de smederij gemaakt.
“Je kan je kont er niet in keren,” zei mijn vader eens, nadat hij daar 8 jaar bewaker was geweest.
In de kooi was buiten de hangmat geen toilet. Een ieder kreeg ’s avonds een grote pot (nachtspiegel) mee, die hij zelf de volgende ochtend moest legen en schoonmaken nadat hij ontsloten was door een bewaker. De spotprent hiernaast is gemaakt door een van de bewakers toentertijd ca. 1950 en geeft een beetje de sfeer aan, waarin e.e.a. gebeurde.
Het was er koud en vooral in de winter.
In de werkplaatsen stond een rokende houtkachel, maar die gaf lang niet genoeg warmte om het hele vertrek te verwarmen.
Veel negatief ingestelde gevangenen klaagden dan ook over de slechte leefomstandigheden en er kwamen regelmatig opstanden voor, die soms dusdanig uit de hand liepen, dat de Gestichtswacht moest ingrijpen…… (Wordt vervolgd)

Geplaatst op Geef een reactie

In de media: Roder Journaal 24-8-20

In o.a. de Asser Courant, De Nieuwe Ooststellingwerver en het Roder Journaal stond onderstaand artikel.

Serie boeken over ‘gevangenisdorp’ Veenhuizen compleet
(Roder Journaal 24 augustus 2020)

VEENHUIZEN In mei zou de boekpresentatie van zijn derde boek Veenhuizen van onder de Pet plaatsvinden in het Nationaal Gevangenismuseum, maar de corona-uitbraak maakte dit onmogelijk. Daar kwam nog bij dat John van den Heuvel aan de auteur Clemens van den Brink toegezegd had bij de presentatie aanwezig te zullen zijn, maar af moest zeggen omdat hij persoonsbeveiliging kreeg vanwege serieuze bedreigingen aan zijn adres.
Geen boekpresentatie dus voor van den Brink, die toen besloot om zijn nieuwe boek via internet te presenteren. Met dit derde boek heeft de auteur voorlopig een punt gezet achter zijn project van drie boeken, waarmee hij inzicht geeft in wat er in 200 jaar zo al gebeurde in en om de gevangenissen van ‘BajesDorp Veenhuizen’ zoals hij dat noemt.
Dat betekent overigens niet dat hij nu stopt met het publiceren over dit bijzondere dorp, dat bijna geheel zelfvoorzienend was, geïsoleerd van de buitenwereld en alleen bestond uit ambtenaren (meest bewakers) en gevangenen.

Presentatie via internet succes
Hoewel het gemis van de geplande presentatie de introductie van Veenhuizen onder de Pet onder druk zette, werd de boekpresentatie via internet een succes. Gezien de recensies werd het boek, met daarin de ervaringen van 17 bewakers en 1 gevangene, evenals beide andere boeken, goed ontvangen door de lezer.
Het eerste boek van Clemens van den Brink, getiteld Bajesverhalen Veenhuizen (264 blz.) heeft inmiddels bij de vijfde druk een nieuwe omslag gekregen, die de ‘Kaping van de Boevenbus’ weergeeft. De covers van de drie boeken Bajesverhalen Veenhuizen, De Geheimen van BajesDorp Veenhuizen 1818-2018 (345 blz.) en Veenhuizen van onder de Pet (264 blz.) zijn nu in lijn met illustraties van de bekende karikaturist Dimitri Jansma uit Groningen.
,,Nog steeds komen de meest vreemde Bajesverhalen uit Veenhuizen bij mij binnen,” zegt van den Brink. Hoewel ze tijdens hun werkzame leven geheimhoudingsplicht hadden, zijn meerdere oud-bewakers bereid om na pensionering hun geheimen prijs te geven, zoals onlangs ook enkelen die betrokken waren bij de medische verzorging in de gevangenissen. Het is niet moeilijk voor te stellen dat de gevangenen allerlei trucs verzonnen en de meest vreemde ziekten simuleerden om in het hospitaal verpleegd te worden in plaats van zwaar werk te verrichten op het land.

Kans op vierde deel
Zo heeft de auteur kennis genomen van een aantal nieuwe, waargebeurde verhalen en leuke anekdotes van de medische afdeling van Veenhuizen. Deze verhalen zullen voorlopig met enige regelmaat verschijnen op www.bajesverhalen.nl. ,,Wie weet volgt daaruit een deel vier, de tijd zal het leren,” aldus Clemens van den Brink, die blij is met de vele reacties die vanuit het hele land binnen komen. ,,Dat geeft mij de stimulans om door te gaan met het schrijven over Veenhuizen, want het is een bron van Bajesverhalen, die nooit opdroogt.’’
,,Veenhuizen is een begrip geworden in Nederland. Van opvang voor wezen en bedelaars werd het één van de strengst bewaakte gevangenissen van Nederland, waarin onder andere nog steeds de zwaarst gestrafte criminelen van Nederland hun staf uitzitten. Mede door de isolatie van het dorp, de geheimhoudingsplicht en zelfvoorziening werd Veenhuizen een uniek dorp, dat nergens in de wereld zijn gelijke vindt. Dat bleef niet onopgemerkt bij UNESCO, want de kans dat een of meer van de destijds 7 Koloniën van Weldadigheid, waaronder Veenhuizen en Frederiksoord tot Werelderfgoed wordt verklaard, wordt steeds groter. Het zal me niet verbazen als het nog dit jaar gebeurt en dat zal van groot belang zijn voor de toekomst van het boeiende BajesDorp dat Veenhuizen heet.”