Geplaatst op Geef een reactie

Vakantie! “Heerlijk die verhalen, genieten!” (Diny Maas Purmerend)

Vakantie! Veel leesplezier!

Dit is zo maar een van de meer dan 200 reacties (met naam en woonplaats) die bij mij binnen kwamen over mijn Trilogie Veenhuizen!

Om er een paar te noemen: “Leest heerlijk weg, verrassend, erg blij mee, mooi leesplezier, met veel gevoel en vooral kennis geschreven, geweldig kijkje in vroeger tijden, alle 3 geweldig, smaakvolle Trilogy, iets anders dan Pauper-paradijs, boeiende reeks, humoristisch, schitterende verhalen, je blijft ze lezen met een glimlach, opent deuren die voor mij gesloten blijven, aanrader”…..etc.

Met al die spontane recensies/meldingen/reacties (m/v) ben ik natuurlijk super blij. Dat geeft me het gevoel dat ik door moet gaan met het blootleggen van de lang bewaarde geheimen van BajesDorp Veenhuizen. Uw reacties zijn echt en niet verzonnen!

Hartelijk dank.

De Trilogie bestaat uit: “Bajesverhalen Veenhuizen (264 blz.) “De Geheimen van BajesDorp” Veenhuizen 1818-2018 (345 blz.) en “Veenhuizen van onder de Pet” (264 blz.) Met foto’s en illustraties en veel waargebeurde verhalen en anekdotes

Nu met gratis Ebook!

Prijs 1x €24,95 (ook bij Bol.com) Gratis download ebook op bajesverhalen.nl/shop

Aanbieding: De Complete Serie €59,95 Gesigneerd en gratis verzonden alléén op bajesverhalen.nl/shop) 

Een fijne vakantie en:  Veel leesplezier met de Trilogie Veenhuizen    

Clemens van den Brink, Auteur

Vragen? Neem contact op cjvdbrink@gmail.com)  

 

Geplaatst op Geef een reactie

De “Drie Koningen” van Veenhuizen


In de 19e en 20 ste eeuw werden bedelaars, zwervers, alcoholisten, daklozen, dus in het algemeen mannen die niet in staat waren in hun eigen levensonderhoud te voorzien, opgepakt en in Veenhuizen „verpleegd”. Zij moesten daar weer leren op eigen benen te staan door te werken. Als ze hun tijd hadden uitgezeten, kregen ze hun zuur verdiende geld mee om een nieuw leven te starten, maar dat pakte vaak heel anders uit….
Hier volgt de story van drie verpleegden, die na hun vrijlating de bloemetjes eens flink buiten zetten…..

Je leeft maar 1 keer
Er ontstonden in Veenhuizen vaak hechte vriendschappen tussen verpleegden onderling. Kees, Johan en Pieter waren onafscheidelijke vrienden, die steeds tegelijkertijd kwamen en ook tegelijk met verlof gingen. In de winter waren ze liever onder dak in Veenhuizen, maar s’zomers wilden ze wel eens proberen om ergens een baantje te krijgen in de stad.
Dat lukte meestal maar half. Ze hielden steeds contact met elkaar en als er tegen het eind van de zomer weer geen duidelijk vooruitzicht was voor de winter, dan lieten ze zich gezamenlijk weer oppakken en terugbrengen naar Veenhuizen. Daar stond men het trio alweer op te wachten. Bij hun collegae, die hetzelfde lot ondergingen, kregen ze weer een warm onthaal. Het liep allemaal volgens verwachting. Je zag de drie maten ook in de inrichting steeds samen.

Bloemetjes buiten zetten
Het waren geen mannen die het geld over de balk gooiden. Dat waren ze nooit gewend geweest. Dat vonden ze maar verspilling, dus hadden ze een aardige cent gespaard, toen de tijd weer rijp was om in vrijheid gesteld te worden. Voor een keer besloten de drie om eens echt de bloemetjes buiten te zetten. Ze liepen altijd in het gareel en nooit waren ze eens uit de band gesprongen.
Het moest er toch maar eens van komen. Je leeft maar een keer en dan kon je er tenminste over mee praten. Zo gezegd zo gedaan. De Joodse koopman uit Assen, Benjamin Schwartsenberg, werd op hun wenken besteld en ze werden in het duurste pak gehesen, compleet met schoenen, overjas, etc. Ze zagen er perfect uit, alsof ze zo uit een film waren gestapt. Ze kregen de rest van hun verdiende geld mee en voor een dag voelden zij zich de „Drie Koningen van Veenhuizen” en waren de koning te rijk…….

VERVOLG

 Met Limousine naar Amsterdam

Een grote zwarte limousine met chauffeur kwam het gevangenisterrein oprijden…. Dit was natuurlijk een bijzonderheid in de „Klonie”. Een limousine voor een stelletje gevangenen? Dat kon niet waar zijn!
Dat was wat anders dan de Boevenbus! Iedereen keek zijn ogen uit.
En wat te denken van de jaloerse blikken van de Veenhuizer ambtenaren! Het gras van een verpleegde was zelfs groener…..!
De drie vrienden stapten in de limousine en met particulier chauffeur gingen ze op weg naar Amsterdam. Daar aangekomen gingen ze vanzelfsprekend in een duur restaurant dineren. Dat hoorde erbij en ze hadden geld genoeg. Het werd een groot feest met lekker eten en veel dure wijn, maar plotsklaps werd de vreugde wreed verstoord….
Terwijl Johan en Kees nog nagenoten van hun heerlijke hoofdgerecht en nog een laatste slok namen van de voortreffelijke rode wijn, bleef Pieter kaarsrecht in zijn stoel zitten en verroerde zich niet. De andere twee hadden al meerdere malen wat tegen hem gezegd, maar hij gaf geen antwoord. Nou ja, het gebeurde vaker, dat hij wat wazig voor zich uit staarde zonder zich in het gesprek te mengen. Pieter had zijn hoofd wat voorover gebogen alsof hij in gedachten verzonken was en had zijn handen onder de tafel….

Abrupt einde en terug naar Veenhuizen
Het duurde even voor de andere twee in de gaten kregen wat er aan de hand was met hun vriend. Johan en Kees konden niet anders constateren, dan dat Pieter er tussen uit was gepiept. Hij was ter plekke overleden! Onvoorstelbaar! Wat nu? Aan het feestmaal en de hele feesttrip kwam een abrupt einde. Hevig geschrokken waarschuwden ze nog een arts, maar die kon ook alleen maar vaststellen dat Pieter overleden was aan een acute hartstilstand. Kees en Johan hebben toen met het geld dat ze nog over hadden, gezorgd dat Pieter in Amsterdam een keurige begrafenis kreeg. Zij waren zelf, buiten de pastoor, de enige aanwezigen die een korte grafrede hielden. Bedroefd, berooid en zonder hun maat gingen ze met de trein weer terug naar Assen en met de trekschuit naar Veenhuizen, hun „woonplaats”. Daar meldden ze zich weer en werden zoals alle vorige keren weer liefdevol ontvangen en opgenomen door hun maten op hun eigen vertrouwde afdeling in het Derde gesticht, Bergveen.

 

Geplaatst op 4 Reacties

Koko Ptalo Zigeunerkoning

In Veenhuizen zaten in de jaren ’50-’70 van de vorige eeuw gevangenen voor de meest uiteenlopende delicten en uit alle lagen van de bevolking, zoals ook mannen uit de woonwagenkampen.
De zigeunerfamilies waren onderling meestal erg close. Ze bekommerden zich om elkaar, deelden lief en leed en vierden gezamenlijk feest als er aanleiding voor was.
Zo zat de bekende Zigeunerkoning Koko Petalo vier jaar vast in Veenhuizen wegens o.a. fraude. 
Zijn familie zat in 1944 een tijd in Kamp Westerbork, vanwaar ze zou worden afgevoerd naar de vernietigingskampen in Duitsland.
De familie werd echter vrijgelaten, omdat de Duitsers dachten dat die oorspronkelijk uit Guatemala kwam en niets te maken had met Roma.
Ptalo werd op zijn 20e al Zigeunerhoofdman. Het was een man met een enorm overgewicht en overwicht. De bewaking in Veenhuizen had veel ontzag voor hem. Vaak was hij onhandelbaar en tegendraads.
Iedereen danste naar zijn pijpen en hij kreeg alles gedaan van zijn soortgenoten.
Berend, één van zijn toenmalige bewakers herinnert hem nog als de dag van gisteren en vertelt:
“Wat een lastpost was dat. Hij maakte bij ons beslist geen vrienden. Ik kan me nog goed herinneren dat hij bij ons kwam. Op de eerste dag was het al mis. Iedereen moest geïnspecteerd worden op luizen en zich daarvoor volledig uitkleden.
Maar Koko dacht dat daar anders over. Hij voelde zich boven de wet verheven en verweerde zich krachtig:
“Ik Koko Ptalo! Koning van de Zigeuners uit de kleren? Dacht het niet, hè! Wat denken jullie wel wie ik ben!”
En wat wij ook probeerden, hij vertikte het om naakt voor ons te verschijnen.
Nou had een collega van me iets gehoord over Koko dat wij nog niet wisten.
Hij kwam een stap dichterbij en zei tegen hem:
“Nou moet je eens goed luisteren Ptalo. Je gaat nu uit de kleren!” En met duim en wijsvinger naar hem toe: “En zo niet, dan vertellen we aan iedereen, dat jij met je grote lijf maar zo’n klein piemeltje hebt!”
Als ogen konden doden, zo veranderde de blik van Ptalo in één oogopslag, maar hij ging.
Hij verdween in het kleedkamertje en kwam piemelnaakt tevoorschijn, maar zijn ogen spoten vuur, zo kwaad was hij, dat iemand hem als Opperhoofd van de Zigeuners hem zo kon vernederen. Daar hadden wij geen moeite mee, want hij had erom gevraagd.
Zo moesten we iedereen ervan overtuigen, dat het noodzakelijk was in verband met de hygiëne in de gevangenis. Iedereen moest zich uitkleden en werd op luizen gecontroleerd met een lampje. Liepen er  luizen, dan ging hij naar het Hospitaal om behandeld te woorden. Zo niet dan werd iedereen naar het badhok geleid en kreeg hij gepaste gevangeniskleding waaraan je kon zien in welke categorie misdaad hij was ingedeeld.
Ptalo bleef zich opstandig gedragen in de gevangenis. Geregeld liep dit zo uit de hand dat de directeur erbij moest komen om hem tot bedaren te krijgen.
Maar ook buiten de gevangenis had Ptalo nog steeds een grote aanhang. Het was alsof heel het Zigeunervolk met hem meeleefde. Zo waren de Zigeuners onderling ook. Als iemand van hen ziek was, leefden ze allemaal mee.
Zo ook toen Petalo in het Asser Wilhelminaziekenhuis opgenomen moest worden.
De hele parkeerplaats stond vol met woonwagens en de weg ernaar toe was totaal geblokkeerd. Er kon geen auto meer langs. De politie had de handen vol om de zaak te ontzetten.
Koko Petalo is niet oud geworden. Hij stierf op zijn 53e aan een hartinfarct in het VU ziekenhuis in Amsterdam en kreeg daarna een Koninklijke begrafenis…